Krokante baklava maak je met dunne laagjes en warme siroop
Zin in zelfgemaakte baklava, maar twijfel je over de laagjes of de siroop? Met filodeeg, pistachenoten en walnoten maak je thuis een versie die krokant uit de oven komt en daarna rustig kan intrekken.
Baklava vraagt vooral om aandacht bij het stapelen: elk vel filodeeg krijgt een dun laagje boter, terwijl de noten grof blijven en de siroop niet te dik wordt. Dit recept is goed voor ongeveer 24 tot 28 kleine stukjes. Je leest welke ingrediënten je nodig hebt, hoe je de laagjes opbouwt en wanneer je de siroop toevoegt.
Welke ingrediënten heb je nodig voor baklava?
Voor ongeveer 24 tot 28 stukjes heb je nodig:
- 200 g boter, plus extra om de bakvorm in te vetten
- 200 g pistachenoten
- 50 g walnoten
- 50 g pecannoten
- 3 eetlepels honing
- 2 pakken filodeeg van ongeveer 270 g per pak
- 250 g fijne kristalsuiker
- 50 g honing voor de siroop
- 2 theelepels oranjebloesemwater
- ½ theelepel gemalen kaneel
- ¼ theelepel gemalen kardemom
- 200 ml water
Filodeeg is dun deeg dat in losse vellen wordt verkocht. Houd de vellen tijdens het werken afgedekt, zodat ze niet uitdrogen. Baklava kent regionale varianten: de Griekse keuken thuis ontdekken begint daarom niet bij één vaste verhouding of één soort noot. De Griekse toeristische organisatie beschrijft bijvoorbeeld Gianniótiko uit Ioannina, met filodeeg, kataifi en walnoot of amandel.
Hoe bouw je de laagjes op?
Verwarm de oven voor op 180 °C, of 160 °C hetelucht. Vet een vierkante bakvorm van ongeveer 21 bij 21 cm in. Hak de noten in kleine stukjes, maar maal ze niet fijn tot een pasta. Meng ze met 3 eetlepels honing en een snufje zout.
Smelt de boter op laag vuur. Snijd de vellen filodeeg zo nodig op maat. Leg één vel in de vorm en bestrijk het met boter; herhaal dit met de rest van het eerste pak. Verdeel de notenvulling erover en druk die licht aan. Leg daarna de vellen uit het tweede pak erop, telkens met een dun laagje boter ertussen. De hoeveelheden en werkwijze zijn gebaseerd op het baklavarecept van BBC Good Food.
Hoe maak je de siroop zonder dat die te dik wordt?
Doe de suiker, 50 g honing, oranjebloesemwater, kaneel, kardemom en 200 ml water in een steelpan. Verwarm rustig tot de suiker is opgelost en laat het mengsel daarna ongeveer 8 tot 10 minuten zacht koken, tot het iets is ingedikt maar nog vloeibaar is.
Snijd de baklava vóór het bakken diep in vierkantjes of diamantvormen. Bak eerst 20 minuten op 180 °C en verlaag daarna de temperatuur naar 150 °C, of 130 °C hetelucht. Bak nog ongeveer 45 minuten, tot het deeg goudbruin is.
Wanneer giet je de siroop over de baklava?
Haal de baklava uit de oven en giet de warme siroop er gelijkmatig overheen, ook langs de sneden. Laat de schaal vervolgens helemaal afkoelen voordat je de stukjes losmaakt en serveert. Zo krijgt de siroop tijd om tussen de laagjes te trekken. Baklava is rijk en zoet; kleine stukjes zijn daarom vaak voldoende als dessert of bij de koffie.
Veelgestelde vragen
Kan ik andere noten gebruiken?
Ja. Walnoten en pistachenoten geven een herkenbare combinatie, maar je kunt de vulling aanpassen aan wat je in huis hebt. BBC Good Food gebruikt in zijn recept ook pecannoten en vermeldt dat je de noten kunt vervangen, zolang de totale hoeveelheid gelijk blijft. Hak ze grof: als ze tot een pasta worden gemalen, verdwijnt het aangename verschil tussen de krokante deeglagen en de vulling.
Waarom moet baklava eerst worden ingesneden?
Door de bovenkant vóór het bakken in diamantjes of vierkantjes te snijden, kun je de gebakken baklava makkelijker verdelen. De sneden geven de siroop bovendien een weg tussen de lagen. Snijd met een scherp mes door de bovenkant en druk de laagjes niet plat; zo blijft het deeg zo luchtig mogelijk.
Is baklava hetzelfde als Gianniótiko?
Gianniótiko is een regionale variant uit Ioannina. Volgens Visit Greece wordt daarbij naast filodeeg ook kataifi gebruikt, een deeg dat uit fijne draadjes bestaat. Daardoor verschilt de structuur van die versie van de eenvoudige laagjesvariant in dit recept. De naam verwijst dus niet naar een andere siroop, maar naar een specifieke regionale bereiding.
In de rubriek Griekse keuken